Opa zaaide eens een raap –  Tjongejonge, wat een knaap, zó een grote reuzeraap!
Buren kwamen op een draf op die raap van opa af.
Alle mensen stonden paf,  alle mensen stonden paf!   

Opa zag de raap alsmaar groter en groter worden.
Opa wilde de raap uit de grond trekken: hij trok en trok uit alle macht,
maar hij kreeg de raap niet uit de grond.
Toen riep opa oma te hulp.
Oma trok aan opa, opa trok aan de raap: ze trokken en trokken uit alle macht,
maar ze kregen de raap niet uit de grond.

Toen riep oma haar kleindochter te hulp.
Het meisje trok aan oma, oma trok aan opa, opa trok aan de raap:
ze trokken en trokken uit alle macht,
maar ze kregen de raap niet uit de grond.

Toen riep het meisje het hondje te hulp.
Het hondje trok aan het meisje, het meisje trok aan oma, oma trok aan opa,
opa trok aan de raap: ze trokken en trokken uit alle macht, maar ze kregen de raap niet uit de grond. 

Toen riep het hondje het poesje te hulp. Het poesje trok aan het hondje, het hondje trok aan het meisje,
het meisje trok aan oma, oma trok aan opa, opa trok aan de raap:
ze trokken en trokken uit alle macht, maar ze kregen de raap niet uit de grond.

Toen riep het poesje het muisje te hulp. Het muisje trok aan het poesje, het poesje trok aan het hondje,
het hondje trok aan het meisje, het meisje trok aan oma, oma trok aan opa, opa trok aan de raap:
ze trokken en trokken uit alle macht en tóen, toen trokken ze de raap uit de grond.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *